Bonhoeffer in Prenzlauer Berg

Gepubliceerd op 21 januari 2020 15:02

 

Twee straten bij mijn huis vandaan staat het huis waar Dietrich Bonhoeffer zich in 1932 een paar maanden onderdompelde in de (toen nog) arme wijk Prenzlauer Berg.


De jonge, rijke en zeer intelligente Bonhoeffer was op 21 jarige leeftijd gepromoveerd in de theologie. Om predikant te worden moest je 25 zijn. Aangezien hij nog twijfelde tussen een carrière in de wetenschap of als predikant, ging hij eerst verder studeren, reizen en ook lesgeven op de universiteit. Op 15 november 1931 werd hij uiteindelijk, op 25 jarige leeftijd, bevestigd in het ambt van predikant. Al snel daarna, eind november, kreeg hij het verzoek of hij wilde komen helpen in de Zionskirche in de wijk Berlijn-Mitte, op de grens van de wijken Prenzlauer Berg en Wedding. Predikant Max Müller was ernstig ziek en stierf korte tijd later. Bonhoeffer ging hier aan de slag als hulp-predikant. Zijn belangrijkste taak was om 50 jongens van 14-15 jaar catechisatie te geven en voor te bereiden op hun belijdenis (Konfirmation).


Armoede, wanorde en immoraliteit

Dit deel van Berlijn was op dat moment een van de ruigste delen van de stad. Een wijk vol met sociale en politieke problemen. Er woonden met name arbeiders, van wie velen in deze crisistijd hun baan hadden verloren. Mensen leefden in dit deel van de stad in ‘mietskasernen’: grote woonblokken rondom kleine binnenplaatsjes. Achter een voordeur woonden vaak honderden, soms wel duizenden mensen. Gezinnen woonden meestal met z’n allen op een kamer. Daar werd geslapen, gekookt en geleefd. De wanden waren klam en vochtig, meestal was er geen elektriciteit, zodat men voor verlichting afhankelijk was van het daglicht dat door de ramen kwam. Hoe verder naar achteren in het complex, hoe minder daglicht er was. Men verbrande kolenbriquetten in stoofjes om het warm te maken. 34% van de huizen had geen toilet, en als ze er wel een hadden, moest deze gedeeld worden met minstens 40 mensen. 20% had geen stromend water in het gebouw. Het kwam regelmatig voor dat arme arbeidersfamilies hun bed overdag verhuurden aan mensen die helemaal geen inkomen hadden. En mensen die in ploegendiensten werkten deelden soms hun bed met mensen die in een andere tijdsploeg werkten. Regelmatig woonden er wel 30 personen in een twee of driekamerappartement.
Men leefde dus zeer dicht op elkaar in vaak onhygiënische omstandigheden, waardoor ziektes zich makkelijk konden verspreiden. Bonhoeffer schrijft hierover: ‘De woonomstandigheden hier zijn onbeschrijfelijk: armoede, wanorde en immoraliteit.’


De konfirmanten

De jongens die Bonhoeffer moest gaan onderwijzen, waren absoluut geen lievertjes. Ze gedroegen zich slecht, niet gewend aan regels en niet gewend om te luisteren. Maar Dietrich had al snel door dat ze wel van stoere verhalen hielden, dan waren ze doodstil. Dus hij begon hen, op hele simpele wijze want ze hadden nauwelijks onderwijs gehad, veel verhalen te vertellen uit de Bijbel (hoe dramatischer hoe beter) en verhalen over zijn tijd in de wijk Harlem in New York.


De hoogopgeleide elite jongen Dietrich was opgegroeid in de rijke villawijk Grunewald. Tussen alleen maar rijke mensen en met professorenkinderen als vriendjes. Hij was gewend aan het wonen in een groot huis met een grote tuin, waar alleen het eigen gezin woonde met wat personeelsleden. Deze Dietrich besloot om tijdelijk in deze arme wijk te gaan wonen. Zo kon hij meer betekenen voor ‘zijn’ jongens en hen beter leren begrijpen. Hij huurde van januari tot maart 1932 een kamer boven een bakkerij en stopte al zijn vrije tijd en energie in deze jongens. ‘Dit is pas echt werken’, schreef hij.

Van alle 50 jongens bezocht hij de ouders thuis en de jongens waren welkom op zijn kamer, waar hij ze een maaltijd aanbood en hen schaken en Engels leerde. Hij bouwde vriendschappen met hen op en hield met een aantal nog jaren contact.


Op 6 maart 1932 deden 47 van de 50 jongens belijdenis.

Van hen hebben minstens 24 de oorlog niet overleefd. Dietrich zelf overleefde de oorlog ook niet en werd op persoonlijk bevel van Hitler op 9 april 1945 vermoord in concentratiekamp Flossenbürg, omdat hij betrokken was bij de pogingen om een aanslag op Hitler te plegen.


Om over na te denken:

Dietrich Bonhoeffer was een serieuze en bevlogen man. Als hij ergens voor ging, dan ging hij er ook echt voor de volle 100% voor. Hij was niet bang om tegen de verwachtingen van anderen in te gaan. Hier stapte hij uit zijn comfortabele luxe wereldje om een tijdje sober te leven en er te zijn voor mensen in extreme armoede. Hij had ook gewoon vanuit Grunewald op en neer naar Prenzlauer berg kunnen reizen, om een uur per week catechisatie aan de jongens te geven. Maar hij gaf alles wat hij had en alles wat hij kon geven aan deze jongens. Zo kon hij er echt voor hen zijn en zo kon hij echt ontdekken hoe deze mensen dachten en leefden. Door buiten zijn eigen veilige omgeving rond te kijken en uit zijn comfortzone te stappen, groeide en ontwikkelde hij.

Hoe zit dat in jouw leven? Herken je hier iets van? Zou je hier iets van kunnen leren?

 

 

Het huis waar Dietrich woonde

De Zionskirche

Gedenkbeelden Bonhoeffer binnen en buiten de kerk


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.